De 17 omstandigheden-vakjes uitgelegd
28 juli 2026
De 17 omstandigheden-vakjes zijn het belangrijkste deel van het schadeformulier: verzekeraars gebruiken ze om de toedracht — en daarmee vaak de schuldvraag — te beoordelen. Kruis alleen aan wat feitelijk voor jouw voertuig gold op het moment van de aanrijding.
De vakjes op een rij
1. Stond geparkeerd / stond stil — je auto stond stil, bijvoorbeeld geparkeerd langs de weg of voor een rood licht. 2. Verliet een parkeerplaats / opende een portier — je reed net weg uit een parkeervak of opende je portier. 3. Ging parkeren — je was bezig met een parkeermanoeuvre. 4. Kwam van een parkeerplaats, een terrein of een onverharde weg — je reed de openbare weg op. 5. Reed een parkeerplaats, een terrein of een onverharde weg op — je verliet de openbare weg. 6. Voegde in op een rotonde — je reed de rotonde op. 7. Reed op een rotonde — je reed al óp de rotonde. 8. Botste achterop — je raakte een voorligger die in dezelfde richting op dezelfde rijstrook reed. 9. Reed in dezelfde richting, maar op een andere rijstrook. 10. Veranderde van rijstrook. 11. Haalde in. 12. Sloeg rechtsaf. 13. Sloeg linksaf. 14. Reed achteruit. 15. Kwam op een rijstrook voor het tegemoetkomend verkeer — je kwam op de verkeerde weghelft. 16. Kwam van rechts (op een kruispunt). 17. Had een voorrangsteken of een rood licht genegeerd.
Tips
Meerdere vakjes tegelijk kan: wie op een rotonde reed én van rijstrook veranderde, kruist 7 en 10 aan. Tel onderaan het totaal aantal kruisjes en schrijf dat getal op — dat voorkomt discussie achteraf. Twijfel je of een vakje van toepassing is? Beschrijf de situatie dan ook in je opmerkingen en in de schets; de vakjes zijn een samenvatting, niet het hele verhaal.
In OngelukTeken tik je de vakjes per voertuig aan; het totaal wordt automatisch geteld en in de PDF gezet.